Terug naar de verhalen

Weekend in de Ardennen • Deel 3

16 februari 2026 9 minuten

We liggen nog een poosje zo, zijdelings tegen elkaar aan gedrukt op de warme tegels, het water dat nog altijd uit de douchekop klettert nu meer als achtergrondruis dan als stortbui. Jouw borst rijst en daalt tegen mijn zij, je been half over het mijne geslagen, je tenen die langzaam langs mijn kuit strijken. Mijn hand rust op je heup, met mijn duim die kleine, gedachteloze cirkels draait over je nog altijd gevoelige huid.

Na een tijdje, seconden? minuten?, til je je hoofd op. Je kijkt me aan met die halve, slaperige glimlach die altijd volgt op een goed orgasme.

“Die waterrekening gaat exploderen als we dit niet uitzetten.”

Ik grinnik, reik omhoog en draai de kraan dicht. Het plotselinge stilvallen van het water voelt bijna onnatuurlijk na al dat lawaai. Alleen ons ademhalen blijft over, en het zachte druppen van restjes water uit de douchekop.

Je komt langzaam overeind, steunt op één elleboog. Waterdruppels glijden nog langs je sleutelbeen, verzamelen zich in het kuiltje ertussen. Je kijkt omlaag naar jezelf, dan naar mij, en er kruipt weer die ondeugende twinkeling in je ogen.

“Je ziet eruit alsof je net door een orkaan bent gegaan.”

“Jij bént de orkaan.”

Je lacht zacht, leunt voorover en kust me; niet wild meer, maar loom, bijna dankbaar. Dan kom je overeind, reikt naar de handdoek die over de verwarming hangt. Hij is warm, bijna heet. Je drapeert hem eerst om je schouders, laat hem dan langzaam over je borsten glijden, je buik, tussen je dijen. Ik kijk toe, nog altijd half liggend, mijn pik rustend tegen mijn dij, nog gevoelig maar duidelijk geïnteresseerd in het schouwspel.

Je gooit de handdoek naar mij. “Droog je af. Ik ga iets te drinken halen. En iets eetbaars. We hebben brandstof nodig.”

Je loopt de badkamer uit, naakt, billen deinend, natte voetstappen op de houten vloer van het huisje. Ik blijf nog even liggen, luister naar hoe je in de keuken rommelt. Kastjes gaan open en dicht. Ik hoor glas dat tegen marmer tikt, de koelkast die opengaat. Dan kom ik ook overeind, droog me af, wrijf ruw door mijn haar.

Als ik de woonkamer in loop, sta je bij het grote raam dat uitkijkt over het natte bos. Je hebt een oversized flanellen overhemd aangetrokken. Míjn overhemd, dat je tot halverwege je dijen bedekt. Twee glazen water staan op de salontafel, en een bord met kaas, worst, olijven en wat brood dat je uit de kast hebt getoverd. Buiten is het inmiddels bijna donker; de regen tikt nog steeds tegen het glas.

Je draait je om als je me hoort, leunt met je rug tegen het raamkozijn. Het overhemd staat een knoopje te ver open; ik zie de binnenkant van je borst, de schaduw van je tepel die nog altijd een beetje hard is van de kou die door het glas komt.

“Honger?” vraag je, terwijl je een stukje kaas pakt en het langzaam naar je mond brengt.

“Altijd.”

Je lacht, komt naar me toe, drukt het stukje kaas tegen mijn lippen tot ik het aanneem. Dan pak je zelf een olijf, bijt erin, laat het sapje over je onderlip lopen. Je veegt het niet weg, je laat mij dat doen met mijn duim, en dan met mijn mond.

We eten zo, staand, zittend op de armleuning van de bank, elkaar voedend, plagend. Af en toe glijdt je hand over mijn borst, mijn buik, lager, gewoon om te voelen hoe ik alweer reageer. Ik trek het overhemd iets verder open, kus het zout van je huid, laat mijn tong over je tepel glijden tot je zacht kreunt.

Na een tijdje zet je je glas neer, kijkt me aan met die blik die geen woorden nodig heeft.

“Bed?”

Ik schud mijn hoofd. “Nog niet. Eerst de open haard aan. En dan… zien we wel.”

Je glimlacht traag. “Jij mag de haard doen. Ik ga nog iets warms aantrekken. Of uittrekken. Hangt ervan af hoe snel jij bent.”

Terwijl ik hout stapel en de aanmaakblokjes aansteek, hoor ik je in de slaapkamer rommelen. Even later kom je terug. Nog steeds in mijn overhemd, maar nu met alleen dat. Geen slipje eronder. Je gaat op het kleed voor de haard zitten, knieën opgetrokken, armen om je benen geslagen, en kijkt hoe de vlammen beginnen te likken aan het hout.

Ik kom naast je zitten. De warmte van het vuur kruipt over onze huid, droogt de laatste restjes vocht. Je leunt tegen me aan, hoofd op mijn schouder.

“Dit weekend,” zeg je zacht, “mag nooit meer eindigen.”

Ik kus je slaap. “Dan zorgen we ervoor dat het niet eindigt.”

Mijn hand glijdt onder het overhemd, over je dij, naar binnen. Je zucht, spreidt je benen net genoeg. Nog niet dringend, nog niet hongerig, gewoon… aanwezig. Alsof we alle tijd van de wereld hebben.


De vlammen dansen al hoog als ik naast je kom zitten op het dikke schapenwollen kleed. Het vuur knettert zacht, werpt oranje en goud licht over je gezicht, je hals, de open kraag van mijn overhemd dat je draagt. De stof is nu bijna droog, maar hangt losjes om je heen, valt open bij elke beweging zodat ik flitsen zie van je borsten, je buik, de schaduw tussen je dijen.

Je leunt achterover op je ellebogen, benen licht gebogen, kijkt me aan met die kalme, hongerige blik. Buiten tikt de regen nog steeds tegen de ramen, maar hierbinnen is het warm, bijna benauwd van de haardhitte en ons eigen restwarmte van eerder.

Ik schuif dichterbij, leg een hand op je knie, laat hem langzaam omhoog glijden over de binnenkant van je dij. Je huid is zacht, nog gevoelig van de douche. Je ademt in, spreidt je benen net genoeg om me ruimte te geven, maar niet dwingend. Het is een uitnodiging, geen bevel.

“Je kijkt alsof je nog niet genoeg hebt gehad,” mompel ik, mijn stem laag.

“Jij ook niet.” Je vingers glijden over mijn borst, nagels licht krassend, omlaag naar mijn buik, dan lager, tot je me zacht vastpakt. Ik ben alweer half hard en word harder onder je aanraking. Je streelt kalm, zonder haast. Je duim die over de eikel wrijft in kleine cirkels.

Ik buig voorover, kus je langzaam, diep. Onze tongen ontmoeten elkaar traag, proeven nog naar kaas, olijven, zout en elkaar. Mijn hand glijdt verder onder het overhemd, vindt je borst, kneedt zacht, duim over je tepel die meteen reageert, hard wordt. Je zucht in mijn mond.

Dan laat ik mijn mond zakken. Eerst je nek, lik ik het zweet en de haardwarmte van je huid. Dan lager, over je sleutelbeen, naar je borst. Ik neem je tepel in mijn mond, zuig zacht, rol hem met mijn tong. Je rug kromt licht, hand in mijn haar.

Je trekt het overhemd uit, gooit het achteloos opzij. Nu lig je naakt in het vuurlicht, huid glanzend, schaduwen die over je curves dansen. Prachtig. Ik duw je zachtjes plat op je rug op het kleed, kniel tussen je benen.

Eerst kus ik je buik, laat mijn tong in je navel glijden. Dan lager, over je venusheuvel. Je spreidt je benen verder, handen in mijn haar, duwt me niet – leidt me alleen. Mijn mond vindt je weer, tong plat over je lipjes, proeft hoe nat je nog bent, hoe gezwollen. Je kreunt zacht, heupen tillen licht.

Ik lik traag, cirkel rond je clit, zuig hem zacht tussen mijn lippen, laat los, lik weer. Het vuur knettert, werpt flakkerend licht over je lichaam terwijl je je uitrekt, armen boven je hoofd, borsten omhoog. Ik glijd twee vingers naar binnen, krom ze, vind dat plekje weer. Je ademt scherp in. Je billen knijpen samen.

“Langzaam… ja, zo…”

Ik bouw het op, niet te snel. Vingers traag stotend, tong die lichte druk geeft op je clit, dan harder zuigt als je begint te wiegen. Je kreunen worden dieper, echoën zacht in de kamer.

Dan trek ik terug, kus je dij, kom omhoog. Je ogen zijn donker, lippen geopend. Je trekt me naar je toe, kust me wild, en proeft jezelf weer.

“Neem me… hier, voor het vuur.”

Ik ga op mijn rug liggen, trek je over me heen. Je gaat op me zitten, handen op mijn borst. Je positioneert me, wrijft even met je natte lipjes over mijn pik, plaagt, dan laat je je langzaam zakken. We kreunen allebei als ik helemaal in je glijd. Heet, strak, kloppend.

Je begint te rijden, langzaam eerst, heupen rollend in cirkels. Het vuurlicht speelt over je borsten die meebewegen, over je buik, je dijen. Ik pak je heupen, help je ritme, duw omhoog als je neerkomt. Diep, dieper.

Je leunt voorover, handen naast mijn hoofd, haar valt als een gordijn om ons heen. We kussen terwijl je rijdt, sneller nu. Je billen kletsen zacht tegen mijn bovenbenen, het natte geluid vermengd met het haardvuur.

Mijn handen glijden naar je billen, kneden, spreiden licht. Ik voel hoe je samentrekt om me heen, hoe je opbouwt. Ik laat een hand naar voren glijden, duim op je clit, wrijf in hetzelfde ritme.

“Kom voor me… laat me voelen hoe je komt…”

Je versnelt, harder, dieper. Je rug kromt, hoofd achterover, mond open in een stille schreeuw. Dan komt het: je knijpt strak om me heen, golvend, lichaam schokkend. Ik hou je vast, stoot nog een paar keer omhoog, dan geef ik me over en kom diep in je klaar.

Je zakt voorover op mijn borst, hijgend. Ik sla mijn armen om je heen, kus je voorhoofd, je haar. Het vuur knettert nog altijd, warm op onze zwetende huid.

We blijven zo liggen, verbonden, terwijl de vlammen lager worden. Buiten regent het steeds door, maar hier is het alleen wij, het vuur, en de belofte van nog meer nachten.

Terug naar de verhalen