Terug naar de verhalen

Weekend in de Ardennen • Deel 4

18 februari 2026 5 minuten

We blijven nog een hele poos liggen voor de haard, verstrengeld op het kleed. Jouw hoofd op mijn borst, mijn arm om je heen geslagen, vingers die loom over je rug strijken. Het vuur is nu laag, een zacht oranje gloeien dat nauwelijks nog warmte geeft, maar we hebben het niet koud. Onze lichamen stralen nog na. Je ademhaling wordt dieper, regelmatiger, je vingers stoppen met tekenen op mijn huid. Ik voel hoe je langzaam wegzakt.

“Kom,” fluister ik uiteindelijk, “naar bed. Anders word je morgen stijf als een plank op dit kleed.”

Je mompelt iets onverstaanbaars, half protesterend, maar laat je toch optillen. Ik draag je naar de slaapkamer. Je armen los om mijn nek, benen om mijn middel, hoofd tegen mijn schouder. Het bed is groot, met dikke dekens en kussens die naar hout en lavendel ruiken. Ik leg je neer, trek de lakens over je heen. Je zakt meteen weg in het matras, ogen al half dicht.

Ik glijd naast je, trek je tegen me aan. Je rug tegen mijn borst, mijn arm over je middel, hand rustend op je buik. Je billen nestelen zich perfect tegen mijn kruis. Niet uitdagend meer, gewoon… thuis. Ik kus je nek, proef het laatste restje zout en haardrook op je huid.

“Welterusten,” mompel je slaperig.

“Welterusten, schoonheid.”

Je hand vindt de mijne, vingers verstrengeld. Binnen een paar minuten hoor ik je ademhaling veranderen; diep, traag, volkomen ontspannen. Ik blijf nog even wakker, luister naar het zachte tikken van de regen buiten, het verre geknetter van het dovende vuur in de woonkamer, jouw hartslag onder mijn handpalm. Dan val ik ook weg.

De slaap is diep en droomloos. Alleen warmte, alleen wij.

’s Ochtends word ik wakker van een streep licht die door een kiertje in de gordijnen valt. Het regent niet meer; in plaats daarvan schijnt een waterig zonnetje naar binnen, maakt alles zacht en goud. Je ligt nog steeds met je rug tegen me aan, maar je bent wakker. Ik voel het aan hoe je ademhaling verandert, aan de lichte beweging van je heupen.

Je draait je langzaam om in mijn armen, gezicht naar me toe. Je haar is een wilde warboel, wangen nog rood van de slaap en de warmte van gisteren. Je ogen zijn zacht, slaperig, maar er zit alweer die twinkeling in.

“Goedemorgen,” fluister je, stem schor van de slaap.

“Goedemorgen.” Ik kus je voorhoofd, dan je neus, dan je mond, traag, nog geen haast.

Je hand glijdt over mijn borst, omlaag, vindt me al half hard van de ochtend. Je glimlacht tegen mijn lippen.

“Al wakker op andere plekken ook, zie ik.”

“Jouw schuld.”

Je lacht zacht, duwt me op mijn rug en komt half over me heen liggen. Je borsten drukken tegen mijn borstkas, tepels hard van de koelte in de kamer. Je kust mijn nek, mijn sleutelbeen, laat je tong een spoor trekken omlaag. Langzaam, plagend.

“Ik heb honger,” zeg je, terwijl je lager zakt, “maar niet alleen in mijn maag.”

Je neemt me in je hand, streelt mijn pik, kijkt me aan met die ondeugende blik. Dan buig je voorover, lippen om de eikel, tong die cirkels draait. Ik kreun zacht, hand in je haar. Je neemt de tijd. Je likt, zuigt zacht, laat me diep in je mond glijden, trekt terug, herhaalt. Alles traag, sensueel, alsof we alle tijd van de wereld hebben.

Na een paar minuten kom je omhoog, klim je over me heen, positioneert jezelf. Ik voel goed hoe nat je bent het als je over me heen wrijft. Je laat je langzaam zakken, zucht diep als ik helemaal in je glijd. We bewegen niet meteen; je blijft gewoon zitten, diep in je, heupen licht rollend, ogen dicht.

“Dit,” fluister je, “is hoe ik elke ochtend wakker wil worden.”

Ik pak je heupen, help je beginnen te rijden. Langzaam, diep genietend van elke centimeter. Je leunt voorover, handen naast mijn hoofd, haar valt over ons heen. We kussen terwijl we vrijen, tongen die dansen op hetzelfde ritme als je heupen.

Het bouwt langzaam op, geen haast. Je ademhaling versnelt, je kreunen worden zachter maar intenser. Ik laat een hand tussen ons in glijden, duim op je clit, lichte druk, cirkels. Je bijt op je lip, ogen half dicht.

“Ja… precies zo…”

Je komt als eerste. Stil dit keer, lichaam dat aanspant, binnenste dat knijpt om me heen in lange, trage golven. Je zakt voorover op mijn borst, hijgt tegen mijn nek. Ik blijf bewegen, zacht, tot ik ook kom. Kalm, maar intens. Diep in jou,, terwijl jij me vasthoudt en naschokt.

We blijven zo liggen, jij op mij, ik nog in je, armen om elkaar heen. De zon klimt hoger, licht valt warmer over het bed.

“Ontbijt?” vraag je uiteindelijk, stem gedempt tegen mijn schouder.

“Of nog een rondje eerst.”

Je lacht, bijt zacht in mijn oorlel.

“Ontbijt… en dan weer een rondje. We hebben het hele weekend nog.”

Terug naar de verhalen